Foltering is verboden, zowel emotioneel als fysiek

Home/Live-Life claim/Foltering is verboden, zowel emotioneel als fysiek
Foltering is verboden, zowel emotioneel als fysiek 2021-05-08T13:28:18+02:00

Het is wetenschappelijk bewezen dat woorden in de hersenen inslaan, op hetzelfde gebied als een fysieke klap.

Met andere woorden,  angst aanjagen is een pure vorm van foltering.

Er zijn een aantal verdragen waarop we kunnen terugvallen:

  • Het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) dd 4 nov 1950
  • Het internationaal verdrag tegen foltering en andere wrede behandelingen, dd 10 dec 1984
  • Het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of
    bestraffing, ondertekend te Straatsburg op 26 november 1987 werd op 1 februari 1989 van kracht

Het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden, alom gekend als het EVRM19, is geen specifiek verdrag tegen foltering maar een basisverdrag dat een waaier van rechten en vrijheden garandeert, waaronder de fysieke integriteit van personen. Het feit dat mensen aan folteringen en andere onmenselijke behandelingen zouden worden onderworpen, zou een ernstige schending van artikel 3 van het EVRM betekenen. De meeste rechten en vrijheden van het EVRM gelden niet onverkort en mogen bij bepaalde, duidelijk
omschreven omstandigheden worden opgeschort of mogen bij wet worden beperkt voor zover dat in een democratische samenleving nodig is voor bijvoorbeeld de bescherming van de openbare orde of van de rechten van anderen. Slechts vier rechten gelden onverkort en mogen nooit beperkt worden: het recht op leven, het verbod van foltering en onmenselijke behandeling, het verbod van slavernij en het legaliteitsbeginsel.

Hoewel het EVRM rechtstreekse werking heeft in het Belgisch recht en dus door Hoven en rechtbanken in België moet worden toegepast, is het vooral het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat waakt over de toepassing van deze bepalingen. Dat was tot voor kort het gevolg van het feit dat het strafrecht in België de begrippen “foltering” en andere onmenselijke behandelingen niet kende en als dusdanig ook niet kon vervolgen.

BELGIE

DE NATIONALE NORM  Met de Wet van 9 juni 1999, houdende instemming met het Internationaal Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, heeft België beslist dat het
genoemde Verdrag in België volkomen gevolg zal hebben. Dat heeft onder meer tot gevolg dat ons land er zorg voor moest dragen dat alle vormen van foltering, pogingen tot foltering, medeplichtigheid en deelneming aan foltering, strafbaar werden gemaakt krachtens het eigen strafrecht. Met de wet van 14 juni 2002, houdende overeenstemming van het Belgische recht met het Verdrag tegen foltering en
andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, werd Boek II, Titel VIII, Hoofdstuk I, van het Strafwetboek, aangevuld met een Afdeling V – Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling, die bestaat uit de artikelen 417bis tot 417quinquies.

NEDERLAND

In Nederland werd, ter uitvoering van het verdrag, het misdrijf foltering strafbaar gesteld in de Uitvoeringswet folteringverdrag. Sinds 1 oktober 2003 is foltering als zelfstandig misdrijf opgenomen in de Wet internationale misdrijven (WIM); bron

 

DE INTERNATIONALE NORM : Het internationaal folterverdrag

Op 10 december 1984 werd in New York het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing aangenomen3. Naar luid van artikel 1 van het Verdrag wordt onder “foltering” verstaan: “(…) iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk dan wel geestelijk, wordt toegebracht aan een persoon met zulke oogmerken als om van hem of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan of waarvan hij of een derde wordt verdacht deze te
hebben begaan, of hem of een derde te intimideren of ergens toe te dwingen dan wel om enigerlei
reden gebaseerd op discriminatie van welke aard ook, wanneer zulke pijn of zulk leed wordt toegebracht door of op aanstichten van dan wel met de instemming of gedogen van een overheidsfunctionaris of andere persoon die in een officiële hoedanigheid handelt.

Foltering omvat niet pijn of leed slechts voortvloeiend uit, inherent aan of samenhangend met wettige straffen”.

De Staten die partij zijn bij het Verdrag worden geacht doeltreffende wetgevende, bestuurlijke, gerechtelijke of andere maatregelen ter voorkoming van foltering te nemen4.

Het verdrag voorziet geen enkele uitzondering (ook geen staat van beleg of andere nood- of oorlogstoestanden).

De Partijen moeten er tevens zorg voor dragen dat alle vormen van foltering, pogingen tot foltering, medeplichtigheid en deelneming aan foltering, strafbaar zijn krachtens het eigen strafrecht (Ibidem, art. 4.).

Het Verdrag stelt een Comité tegen Foltering in dat toeziet op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Verdrag(Ibidem, art. 17).

De Partijen zijn verplicht aan het Comité te rapporteren over de maatregelen die zij hebben genomen teneinde hun verplichtingen na te komen(Ibidem, art. 19)Het Comité bestudeert deze rapporten, hoort de betrokken Partijen en formuleert aanbevelingen om aan vastgestelde tekortkomingen te verhelpen (België heeft zijn eerste rapport bij de Verenigde Naties ingediend op 14 augustus 2001. Het staat bekend als CAT/C/52/Add.2 – 8 juli 2002 en is enkel in het Frans beschikbaar.)

Het Comité kan op basis van gefundeerde informatie vertrouwelijke onderzoeken instellen naar stelselmatige folteringen in gebieden van Staten die partij zijn bij het Verdrag, waarbij de medewerking van de Staat gewenst maar niet onontbeerlijk is (Convention against Torture, art. 20).

De Partijen kunnen de bevoegdheid van het Comité ook erkennen om kennis te nemen van klachten van Staat tegen Staat en van individuele klachten van personen die onder hun rechtsmacht vallen ((Ibidem, art. 22).

Het Comité kan echter geen dwingende maatregelen treffen noch opleggen en kan een Staat ook niet veroordelen. De grote verdienste van het Verdrag ligt hem in het feit dat de begrippen foltering en andere onmenselijke behandelingen en bestraffingen van mensen nu in het nationaal strafrecht werden opgenomen.
Naast het Internationaal Folterverdrag zijn er nog een aantal bindende en niet bindende teksten die bepalingen met betrekking tot foltering bevatten, waarvan het belangrijkste het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten is. Zie International Covenant on Civil and Political Rights, G.A. res. 2200A (XXI), 21 U.N. GAOR Supp. (No. 16) at 52, U.N. Doc. A/6316 (1966), 999 U.N.T.S. 171, entered into force March 23, 1976. Andere teksten zijn: Universal
Declaration of Human Rights, G.A. res. 217A (III), U.N. Doc A/810 at 71 (1948).De Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens heeft echter het karakter van een beginselverklaring die als zodanig geen rechtsgevolgen
kan doen ontstaan. De schending ervan kan niet worden ingeroepen als grond tot cassatie of tot nietigverklaring
van administratieve rechtshandelingen. Declaration on the Protection of All Persons from Being Subjected to
Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, G.A. res. 3452 (XXX), annex, 30 U.N.
GAOR Supp. (No. 34) at 91, U.N. Doc. A/10034 (1975). Een verklaring met algemeen karakter inzake de bescherming van alle mensen tegen foltering en andere wrede handelingen, die dateert van voor het Verdrag,
zonder bindende kracht. Principles of Medical Ethics relevant to the Role of Health Personnel, particularly
Physicians, in the Protection of Prisoners and Detainees against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading
Treatment or Punishment, G.A. res. 37/194, annex, 37 U.N. GAOR Supp. (No. 51) at 211, U.N. Doc. A/37/51
(1982). Opsomming van niet bindende principes inzake gedragingen van medisch personeel die indruisen tegen
de medische ethiek. Body of Principles for the Protection of All Persons under Any Form of Detention or
Imprisonment, G.A. res. 43/173, annex, 43 U.N. GAOR Supp. (No. 49) at 298, U.N. Doc. A/43/49 (1988). Een
opsomming van niet bindende principes tot bescherming van personen die op één of andere wijze van hun
vrijheid zijn beroofd. De tekst maakt gewag van aanhouding als gevolg van een overheidsbeslissing, elke vorm
van vrijheidsberoving die niet het gevolg is van een strafrechtelijke veroordeling; gevangenzetting als gevolg van
een strafrechtelijke veroordeling. Code of Conduct for Law Enforcement Officials, U.N. Resolution 34/169 (1979),
art. 5. Niet bindende gedragscode voor wetsdienaren, aanbevolen aan de regeringen van de Verenigde Naties als
een geheel van beginselen waaraan wetsdienaren zich dienen te houden. 

Het Europees folterverdrag
Het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of
bestraffing, ondertekend te Straatsburg op 26 november 1987 werd op 1 februari 1989 van kracht.
Het Verdrag bevat geen definitie van foltering, noch van enige andere strafbare handeling. Het stelt
een onderzoekscomité in dat door regelmatige bezoeken aan plaatsen waar personen door een
overheidsinstantie van hun vrijheid worden beroofd, deze personen tegen het risico van foltering wil
beschermen14. De taak van het Comité bestaat uit het onderzoeken, door middel van
inspectiebezoeken, van de behandeling van personen die van hun vrijheid zijn beroofd, met de
bedoeling om, waar nodig, de bescherming van zulke personen tegen foltering en onmenselijke of
vernederende behandeling of bestraffing te verbeteren. Staten die partij worden bij het verdrag, nemen
de verplichting op zich om dergelijke bezoeken toe te staan in elke plaats binnen hun rechtsgebied
waar personen van hun vrijheid worden beroofd door een overheidsinstantie

Bron