Gerede twijfel, vermoeden van onschuld

Home/corona gekte/Gerede twijfel, vermoeden van onschuld

Gerede twijfel, vermoeden van onschuld

In dubio pro reo, het algemeen rechtsbeginsel die de twijfel ten goede laat komen van de beklaagde.

Artikel 6.2 EVRM stelt dat eenieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgt, onschuldig is totdat zijn schuld volgens de wet bewezen wordt. 

Art 14 EVRm stelt dat allen gelijk zijn voor de rechtbank en elk recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling door een bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige bij de wet ingestelde erkende rechterlijke instantie. 

Door het vermoeden van onschuld moet de verdachte niks bewijzen en zelfs niet op enige wijze deelnemen aan de bewijsvoering of ontdekking van de waarheid. 

TEGENSPRAAK TEN AANZIEN VAN DE VERDACHTE

Het vermoeden van onschuld is gewaarborgd door de tegenspraak die de beklaagde heeft.  (Cass. 4 febr 1997, A.C. nr 62,    22 juni 1999 A.C. nr 386)

VERMOEDEN VAN ONSCHULD EN AANGEHAALDE RECHTVAARDIGINGSGROND

De beklaagde moet geen bewijs leveren van de werkelijkheid van een door hem gevoerde rechtvaardiging, ook al is die niet helemaal geloofwaardig ( Cass. 21 april 1998 A.C nr 202

VERMOEDEN VAN ONSCHULD EN HOUDING VAN DE RECHTER

Het vermoeden van onschuld wordt miskent door de rechter als die voor de behandeling vande zaak reeds zijn mening gaf ,wat ondermeer kan blijken uit het herhaald uitstel van de zaak om de beklaagde tot inzicht te brengen (Cass. 8 dec 1998 nr 509)

HET VOORDEEL VAN DE TWIJFEL IS ENKEL BEPERKT TOT DE TEN LASTE GELEGDE FEITEN

cas 16 mei 2001 en arrest 8 dec 1999 A.C. nr 669 en 2 mei 1989- 1990 A.C nr 515

HET VOORDEEL VAN DE TWIJFEL KOMT ENKLE DE BEKLAAGDE TEN GOEDE

caas 25 mei 1994 AC.C nr 261, de twijfel die de beklaagde ten goed komt is deze van de rechter van van de deskundige verbonden aan zijn zaak. Toch is er in cass 10 nov 1992 A.C 19991-92 nr 726 door de rechter geoordeeeld op grond van zijn innerlijke overtuiging. R.W 1994-95 nr 1190. De recht is op grond van het recht van verdediging niet verplicht zijn denkwijze aan de tegenspraak te onderwerpen Cass 10 nov 1999 A.C. nr 599…… Cas 5 jan 2000 A.C. nr 7 

VERMOEDEN VAN ONSCHULD EN BEROEP TEGEN VERWIJZING 

Tegen een beslissing van verwijzing (art 130 wetboek strafvordering) door de raadkamer kan in principe geen hoger beroep ingesteld tenzij bij onregelmatigheden, verzuim of nietigheid.   Cass 5 amart 2003 P.03.0086F……. cass 23 mei 2001 A.C nr 307 met conclusie van advocaat generaal Loop vgl Cass 26 juni 2022 P.02.0866F

VERMOEDEN VAN ONSCHULD ASSISSEN

De descretionaire macht vd voorzitter hof van assissen voglens art 258 SW, heeft hij niet het recht zijn mening ad jury leden te laten kennen cass 8 mei 1996 A.C 162

 

 

bron

By | 2022-02-06T14:49:04+01:00 februari 6th, 2022|corona gekte|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment